Blog

De ondraaglijke braafheid van het burgerlijk bestaan

In 2011 schreef ik een schotschrift over de blinde volgzaamheid van de professional in de publieke sector ten aanzien van de invoering van de marktwerking. Onderstaand fragment over burgerparticipatie is nog steeds actueel. 

Er is geen beleidsstuk meer te vinden bij de overheid; of het nou over zorg, onderwijs of welzijn gaat, waarin niet gesproken wordt over burgerparticipatie. Dit lijkt het nieuwe credo te zijn. De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling heeft Jos van der Lans en Nico de Boer onlangs gevraagd een onderzoeksessay te schrijven over de toekomst van de welzijnssector. Deze stellen in het begin van hun essay verheugd vast, dat het dan eindelijk zover is: de overheid gaat de burger als ‘vertrek- en eindpunt’ nemen in haar beleid. De budgetten worden overgeheveld naar gemeentelijk niveau, het jaar 2011 is nog een overgangsjaar, maar dan is het zover; een nieuwe lente breekt aan!

In de inleiding van het essay schetsen ze, hoe ze al 25 jaar meelopen in de publieke sector, en al 25 jaar beleidsstukken langs zien komen waarin “stevige vergezichten werden geschilderd over de rol van burgers, de rol van bewoners, de invloed van cliënten of een nieuwe verhouding tussen burgers en overheden.” (van der Lans & de Boer, p.11) Een mantra, die jarenlang tevergeefs gezongen is, want het is er tot nu toe nog niet van gekomen deze mooie woorden in praktijk om te zetten. Maar nu wordt het anders, stellen van der Lans en de Boer, nu wordt het menens, het zal wel moeten, de tijd van slechts lippendienst bewijzen aan het mooie ideaal van burgerparticipatie is voorbij. Het is de schaarste van de publieke middelen die het verschil gaat maken nu: deze gaat de katalysator worden tot dat waar al zo lang intens naar verlangd wordt, de participerende burger.

Burgerkracht, burgerparticipatie, de burger die zijn verantwoordelijkheid neemt, eigen regie.. Het klinkt allemaal prachtig, wat kan een weldenkend mens daar op tegen hebben? Is het niet een ideaal concept van wat een goede burger behoort te zijn? Loffelijk en nastrevenswaardig?

Gert Biestra heeft veel onderzoek in Groot-Brittannië gedaan naar het concept van ´de goede burger.´ De burger wordt vastgepind op een bijzondere soort van burgerlijke identiteit, waarin hij ‘participerende burger’ is. Biesta noemt dit domesticatie van de burger. Hij constateert dat dit blijkbaar onbetwistbaar paradigma is geworden, wat zich als een sneeuwbaleffect in beleidsnota’s verspreidt. Het bedenkelijke daarvan is, dat daar ‘logischerwijs’ allerlei vooronderstellingen uit voortvloeien die verstrekkende gevolgen hebben voor het werkveld in het publieke domein. De ‘goede burger’ is de burger die het bestaande politieke systeem reproduceert.  Wat vooral betekent dat hij niet verondersteld wordt tegen te spreken.

Volgens de Belgisch-Britse filosofe en politicologe Christine Mouffe, is het alom bon ton om consensuspolitiek te bejubelen. De polarisatie van links en rechts wordt daarmee als hopeloos ouderwets afgedaan. We bevinden ons volgens dit overheersende perspectief in een nieuw stadium van moderniteit waarin het wij-zij denken overbodig is geworden. De hartstochten en affecten die bij dat wij-zij denken hoorden zijn uit de politiek verbannen. Politiek mag enkel nog plaatsvinden in termen van rationaliteit, matiging en consensus. Conflicten zijn overbodig, die kunnen opgelost worden. We zijn op een hoger niveau aanbeland, waarin we een win-winpolitiek bedrijven die voor ieder lid van de samenleving gunstig gaat uitpakken.

Met de ontkenning van het wij-zij denken verdwijnt echter juist de vitale kern uit de democratie. Niet de consensus maar de dissensus is het wezen van de democratie.

Als we dat gaan ontkennen, ontkennen we de menselijke natuur, omdat daar de strijd tussen ideeën en belangen een wezenlijk element in is. De kern van de democratie wordt dus gevormd door conflicten. En de aanvaarding, dat die nooit definitief opgelost, maar wel beheerst kunnen worden. (Mouffe, 2005)

Annette Schulte

bronnen:

Biesta, G. ,J., J.,(2011). The ignorant citizen: Mouffe, Rancière, and the subject of democratic education. Studies in Philosophy and Education, 30 (2), p. 141-153.

Boer, de, N. (2011). Aan welzijnsinstelling als supermarkt komt een einde. Zorg en Welzijn, platform voor professionals. 

Mouffe, C. (2005). Over het politieke. Kampen: Klement.

Een reactie plaatsen