Blog

De revolutie in burgerschap

“Ik zit hier met een dubbel gevoel”, hoor ik een jonge vrouw naast mij zeggen tegen haar buurvrouw. Het is dinsdagavond 19 maart en ik zit met hen aan een tafeltje voor een nog leeg podium. Daar zal Herman Tjeenk Willink, minister van staat, zometeen geïnterviewd worden over zijn nieuwe boek: ‘Groter denken, kleiner doen’.

“Enerzijds ben ik nieuwsgierig, maar ik denk ook: als je zo goed weet hoe het moet, had je dat dan niet eerder kunnen vertellen, en datzelfde gevoel heb ik ook bij Jan Terlouw. Jullie zaten op machtige posities, en the sky was the limit, maar jullie generatie is verantwoordelijk voor de puinhoop waar we nu mee zitten. Jullie hadden eerder op moeten staan!”

Ze is er zo fanatiek over dat ik moet lachen, zijzelf en haar buurvrouw ook trouwens.  Ik zeg niets, maar ik weet dat het niet klopt wat ze zegt. Zo is Herman Tjeenk Willink juist bij uitstek de politieke figuur die vanaf het eerste begin kritisch is geweest over de marktwerking in de publieke sector.  Ik ben ook heel benieuwd, wat hij zometeen gaat vertellen als het over burgerinitiatieven gaat en waarom die zo moeizaam van de grond komen.

Een hele generatie is opgevoed met het idee dat de overheid een bedrijf is en dat marktwerking goed is in de publieke dienstverlening. Die weg loopt dood. De taal van democratie en recht is voor velen in Nederland een vreemde taal geworden. Politiek kan dat niet alleen veranderen. Dat moet van onderop gebeuren.

Dit had ik gelezen in een recensie, en vooral het ‘dat van onderop moet gebeuren’  triggerde mij om te komen.  Ik geef een impressie van wat ik gehoord heb. Een paar pennestreken.

Over de ambtenarij
Een groot probleem waar de overheid mee kampt,  is dat ze zich afhankelijk heeft gemaakt van allerlei private ondernemers.  Het fenomeen consultancy is in Nederland groter dan waar ook ter wereld.  Het gevolg is dat er een uitholling heeft plaatsgevonden van de expertise van ambtenaren over lokale problemen en oplossingen daarvoor.  We komen om in de tijdelijke externe adviseurs die feitelijk niet echt verbonden zijn met de  uitdagingen waar we op lokaal niveau voor staan.  Ambtenaren zouden die expertise naar zich terug moeten halen. Ze kunnen hun vak heroveren, net zoals dat voor andere beroepsgroepen geldt trouwens.

Over de politiek
Het begint in de politiek: wat het eerste nodig is, is het vormen van een visie. Wat vaak wordt overgeslagen, is nagaan of je het over hetzelfde probleem hebt. Er is een volgorde die wordt omgekeerd. Men is al bezig met concrete maatregelen, terwijl er geen inhoudelijk debat is geweest over oplossingsrichtingen. Uberhaupt leven we in een cultuur waarin we debat uit de weg gaan. We moeten het altijd maar zo gauw mogelijk eens zijn met elkaar, want we willen geen ‘ruzie’. Deze consensus bij voorbaat is de dood in de pot voor de democratie. Die bestaat juist bij de gratie van argument en tegen-argument.
Dit is de juiste volgorde:

  1. Over welk probleem hebben we het? (welke problemen willen we de komende 4 jaar aanpakken)
  2. Welke oplossingsrichtingen zien we ?(argumenten, kan ik daarin meegaan, tegen-argumenten; debat)
  3. Concrete maatregelen

Over de burger
Wij zijn van oorsprong een land dat heel sterk was in ‘collectief burgerschap’. Dat betekent dat er een algeheel gevoel was van mede-verantwoordelijk te zijn voor het algemeen belang. Dat wil zeggen dat de dingen gebeurden op grond van hoe wij vinden dat ze bijdragen aan het algemeen belang, en niet per definitie hoe de overheid ‘t goed vindt. Die vanzelfsprekende band tussen democratie en collectief burgerinitiatief is de laatste decennia vrijwel helemaal doorgesneden. Kijk naar woningcorporaties, die hadden niet voor niets namen als  ‘Ons belang’; ook die komen oorspronkelijk uit deze grondslag voort. Nu mogen ze zich alleen nog maar bezig houden met sociale woningbouw. Dat betekent ook hier een enorme uitholling. Betonrot zou je het kunnen noemen. 

Wat veel mensen dwars zit, is dat ze geen grip meer hebben op problemen oplossen hun eigen omgeving. En dan gaat het vooral over de minder bevoorrechte mensen; die hebben het gevoel dat ze er niet meer toe doen. 

De grote uitdaging voor de lokale overheid is ruimte te maken voor initiatieven die juist uit deze groep komen. Burgerinitiatief is iets anders dan burgerparticipatie. Burgerparticipatie is een concept van de overheid; de burger mag meedenken in panels of aan tafels over bepaalde onderwerpen. De meningen en ideeën worden mee teruggenomen in het gemeentehuis; er is ‘ informatie opgehaald bij de burgers’  en ‘ o, wat zijn we goed bezig met burgerparticipatie’.  En dat an sich ook zeker waar, maar..

Burgerinitiatief gaat wezenlijk over iets anders. Burgers krijgen de ruimte om aan problemen te werken in hun directe leefomgeving. En als ze die ruimte niet krijgen, moeten ze die ruimte vooral zelf nemen. 

En daarom de titel van dit boek: ‘Groter denken, kleiner doen’.  Laten we groter gaan denken buiten de geijkte kaders , en de oplossingen kleiner zoeken en wel met name in eigen regie van burgers over hun directe leefomgeving.

 

I rest my case.

 

Annette Schulte

 

 

 

 

 

 

 

 

Een reactie plaatsen